Blog

“Onze eigen rabarber komt terug naar hier als sap. Mooi toch?”

De kans dat je per ongeluk door Gijverinkhove passeert is klein. Hjeel te lande, zoals dat in het West-Vlaams heet, ligt daar nochtans De Rabarberhoeve van Pol Louwagie en Katrien Zyde. Een typische hofstede, met aan de deur van het winkeltje een briefje. ‘Bel mij, ik zit op het rabarberveld.’ Pol is bio-ingenieur in de landbouwkunde, Katrien industrieel ingenieur landbouw. Maar: “Boer zijn, dat zit in het bloed, denk ik.”

Fruitsappen Verhofstede Rabarberhoeve Gijverinckhove

We gaan in de ontvangstruimte zitten en even later komt er fruitsap van Verhofstede op tafel. Appel-rabarber, of wat had je verwacht? “We verkopen hier uitsluitend dit fruitsap. In ons winkeltje liggen wel seizoensgroenten maar het thema blijft toch duidelijk rabarber”, legt Pol uit, waarna hij meteen verduidelijkt waarom De Rabarberhoeve ook wel Het Warandehof genoemd wordt. “De eerste beschrijvingen van Het Warandehof gaan terug tot de jaren 1300. Het was een heerlijkheid met veel eigendommen, waar tot de Franse Revolutie ook een herenhuis moet hebben gestaan. Nadien kwam de huidige boerenwoning daarvoor in de plaats en doorheen de geschiedenis is de rijkdom, toch in de vorm van grondbezit, gaandeweg verloren gegaan. De naam ‘Warande’ sluit daarbij aan. Een beschermde plek van gesteld volk is één betekenis en de meest enge invulling van het woord is ‘een ommuurde tuin’. De realiteit zal ergens tussenin gelegen hebben, want tot vandaag is de gracht die het huis omzoomde nog voor de helft intact. Maar het is dus een plek met een lange geschiedenis en traditie. Naarmate we ons profileerden als uitgesproken Rabarberhoeve is die naam erbij gekomen. Dat is meteen ook iets duidelijker, al blijft Het Warandehof ook behouden.”

“Wij zijn atypische boeren, denk ik. We droomden wel van een erfje, om een eigen nestje te maken, al spreek je dan nog lang niet van een zelfstandig bedrijf natuurlijk.”

“Wij zijn atypische boeren, denk ik (lacht). Zowel Katrien als ik hebben gestudeerd en werkten in eerste instantie ook buitenshuis. We droomden wel van een erfje, om een eigen nestje te maken, al spreek je dan nog lang niet van een zelfstandig bedrijf natuurlijk. Bovendien: een hofstede vinden is niet evident. Talloze plaatsjes als het onze zijn ondertussen verdwenen of worden opgeknapt door meer kapitaalkrachtige stedelingen. Dat was wellicht ook een beetje de eerste vrees van de buurtbewoners, toen de toenmalige eigenaar – een boer zonder opvolger – het op de markt bracht. Die vrees was dus ongegrond, en al helemaal toen bleek dat we een viertal hectaren konden pachten. In eerste instantie verbouwden we wel wat groenten, maar het is geleidelijk gegroeid. Rabarber zat trouwens van bij de start in het pakket en naarmate dat succesvol bleek, drongen zich keuzes op. Ofwel blijf je werken en neem je wat gas terug als landbouwer, ofwel stap je mee in het bedrijf en probeer je dat rendabel te maken.”

Het is duidelijk het tweede geworden. Maar hoe maak je met vier hectaren een verschil?

Door opnieuw keuzes te maken. Traditionelere landbouwgewassen als tarwe of aardappelen vereisen een schaalgrootte die hier niet aanwezig is, dus mikken wij op rabarber en venkel. Beide zijn wat oogstperiode betreft compatibel. Rabarber en venkel zijn ook twee gewassen die een hoge toegevoegde waarde hebben. Als je slechts vier hectare ter beschikking hebt, kies je beter voor een niche waarin je echt het verschil kan maken. Zeker de rabarberoogst is quasi niet mechaniseerbaar. Daarvoor is de steel te fragiel, er is het blad waar je ergens mee naartoe moet … Het is pure handenarbeid.

“Rabarber wordt veel te weinig gewaardeerd. Nochtans is het smaakvol en zeker als sap voegt het in combinatie met ander fruit een frisse toets toe.”

Voorjaarsoogst

Rabarber is een voorjaarsgewas. We zijn nu (eind juni, red.) bezig met de laatste pluk. Of je na de langste dag van het jaar niet meer kan oogsten? Dat wordt gezegd, al is er niet echt wetenschappelijk bewijs dat dit ondersteunt. Maar het is wel zo dat de rabarberkwaliteit in de zomer achteruit gaat. Bovendien heeft de plant een rustperiode nodig. We oogsten voortdurend tijdens het voorjaar en dan moet je natuurlijk ook een periode van groei toelaten. Rabarber vereist effectief ook een winterrust waarin reserves aangelegd worden voor het volgende jaar. Te veel en te lang dooroogsten legt een hypotheek op het nieuwe voorjaar. Jong geplukte rabarber is trouwens aanzienlijk frisser en smaakvoller, omdat het oxaalzuur dat het de typische smaak bezorgt in de zomer toeneemt.

Het oogstvolume ligt uiteindelijk verrassend hoog, zo blijkt. “Een deeltje wordt hier verwerkt, in taart, pralines, confituur, een biertje of sap. De rest gaat naar de industrie of komt via de veiling op de markt. Rabarber is aan een revival bezig en dat is helemaal terecht. Rabarber wordt veel te weinig gewaardeerd. Nochtans is het smaakvol en zeker als sap voegt het in combinatie met ander fruit een frisse toets toe. Maar goed, het komt stilaan terug. In weekendbijlages van kranten of gespecialiseerde magazines zie je het in recepten steeds vaker weer opduiken.”

En jullie bolwerken dat allemaal met z’n twee?

Katrien en ik, ja. Eén rabarberplant is zowat tien jaar productief. We spelen hier met een viertal rassen die elkaar aanvullen wat oogstperiode betreft, om een spreiding te creëren. Ook de plukbeurten verschillen omdat we zeer selectief oogsten. Alleen de mooiste stelen worden geoogst. De rest blijft hangen en krijgt de gelegenheid verder te groeien. Die plukperiodes en de rasverschillen laten ons toe om – met de beperkte arbeid die we ter beschikking hebben – alles rond te krijgen.”

En hoe passen de fruitsappen van Verhofstede in dat verhaal?

An Verhofstede kiest duidelijk voor een lokale verankering. We hebben in functie van onze samenwerking het bedrijf praktisch en wat opslagmogelijkheden betreft een beetje aangepast en het resultaat is heerlijk. Rabarbersap heeft een zacht aroma, zeker in combinatie met appel. De combinatie is ideaal, maar de oogstperiodes van appelen en rabarber sluiten niet op elkaar aan. Tijdens het voorjaar wordt, in functie van latere persing, dus een stukje van de oogst ingevroren. Puur en vers van het veld. Dat invriezen heeft als bijkomend voordeel dat rabarber na ontdooiing haar sap makkelijker vrijgeeft. Rauw persen is een stuk minder wat dat betreft. En eenmaal op fles, komt onze eigen rabarber dus gewoon terug, als fruitsap. Mooi toch? De mensen komen er speciaal voor naar hier. Onze favoriet? Verhofstede heeft natuurlijk heel wat lekkere sappen maar onze favoriet is duidelijk appel-rabarber. Had je iets anders gedacht (lacht)?”

Met Pol wandel ik nog even door een rabarberveld. Uiteindelijk stel ik de vraag toch maar. Hadden twee mensen met een diploma geen makkelijker bestaan kunnen kiezen? Pol lacht. “Waarschijnlijk wel. Maar dit is plezant en het moet ook een beetje in het bloed zitten, denk ik. Trouwens, kijk om je heen. Het erf, de planten … dat is mijn rijkdom.”